Historische verhalen uit de frontstreek

Achter elk monument en elk stil veld in de Westhoek schuilt een menselijk drama. Frontline Stories brengt de Eerste Wereldoorlog tot leven door middel van authentieke getuigenissen, historische beelden en vergeten gebeurtenissen van soldaten uit binnen- en buitenland.

Stemmen uit de modder van de Westhoek

Tijdens de Eerste Wereldoorlog kwamen soldaten van over de hele wereld samen in onze Vlaamse modder. Belgische, Franse, Commonwealth, Duitse en Amerikaanse troepen streden hier zij aan zij of tegenover elkaar. Aan de hand van brieven, dagboekfragmenten en bewaard beeldmateriaal ontdekken we wie de personen werkelijk waren en wat ze meemaakten tijdens de zwaarste gevechten.

"Een vredestichter in de loopgraven"

Arthur werd niet geboren in Engeland of Ierland, maar in Kobe, Japan, op 9 oktober 1890. Zijn vader, Robert Young, was daar oprichter en hoofdredacteur van de Japan Chronicle, een invloedrijke Engelstalige krant. Het gezin Young was uitgesproken pacifistisch en actief lid van de South Place Ethical Society in Londen — een humanistische gemeenschap die geloofde in rede en vrede boven dogma en oorlog.
Arthur groeide op met die overtuigingen. Hij werd opgeleid in Londen en trad voor de oorlog in de voetsporen van zijn vader: hij werd journalist bij de krant van zijn familie.

Toen in 1914 de oorlog begon, moet dat Arthur diep geraakt hebben. Hij was pacifist, opgegroeid met de overtuiging dat oorlog nooit een oplossing is. En toch, een jaar later, meldde hij zich vrijwillig aan.

Waarom deed een man met zulke idealen dat? Een vriend uit zijn kring bij de Ethical Society probeerde het later, na zijn dood, uit te leggen. Arthur was, zei hij, zoals zoveel vredelievende mannen in die tijd: hij nam de wapens op niet omdat hij van oorlog hield, maar omdat hij geloofde dat hij zo het monster van het militarisme kon helpen verslaan. Hij ging vechten om een einde te maken aan vechten.

Hij stond aan de Somme, bij Ginchy, waar hij een brief schreef die zo aangrijpend was dat ze jaren later werd opgenomen in een bekende verzameling oorlogsbrieven van gesneuvelde soldaten.
Maar zijn weg eindigde hier, in de Ieperboog. Op 16 augustus 1917, terwijl de Slag bij Langemarck losbarstte, viel Arthur. Hij was 26 jaar oud.

Zijn familie liet op zijn grafsteen op Tyne Cot geen vroom vers plaatsen, maar een aanklacht die tot op vandaag bezoekers doet stilstaan.
Benieuwd wat ze lieten graveren? Neem dan snel een kijkje naar onze Tours.



"Een student in vlucht"

Kenneth groeide op als een bevoorrechte jongen in Glencoe, Illinois, niet ver van Chicago. Zijn vader, een uit Schotland geëmigreerde koopman, had er een succesvolle zaak opgebouwd, en zijn moeder stamde af van een gerespecteerde New England-familie die haar wortels terugvoerde tot de Pilgrim Fathers. Kenneth was de derde zoon in het gezin — na Norman en Archibald — en had bovendien hoge verwachtingen om aan te voldoen.

Op Yale, waar hij in 1914 begon, nam hij twee beslissingen die zijn korte leven zouden bepalen. De eerste: hij sloot zich aan bij de "First Yale Unit," een groepje van twaalf jonge studenten, gefascineerd door het gloednieuwe fenomeen luchtvaart, die met eigen geld leerden vliegen op een watervliegtuig. Toen de Verenigde Staten de oorlog binnenstapten, werden zij een van de allereerste lichtingen marinepiloten.

De tweede beslissing was van het hart: hij werd stiekem verloofd met Priscilla Murdoch. Hij bleef haar door heel de oorlog schrijven en vroeg haar zijn brieven te bewaren — misschien, zei hij, konden ze er ooit samen een dagboek van maken.

In Europa leerde hij vliegen op Franse en Britse toestellen, maar werd verliefd op de Sopwith Camel. Vanaf maart 1918 vloog hij vanuit Duinkerke: escortes voor schepen, bombardementen, luchtgevechten boven de linies. Hij werd, zo zou een van zijn commandanten later schrijven, een van de beste piloten die ooit over het noorden had gevlogen.

Op 14 oktober 1918 vloog Kenneth 's ochtends een patrouille met het Britse 213 Squadron. Hij schoot een Duits vliegtuig neer en keerde veilig terug. 's Middags steeg hij nog eens op. Hij kwam nooit meer terug.

Meer weten over Kenneth, wat er gebeurd is en wat met die brieven naar Priscilla?
Kom en ontdek zijn verhaal en dat van anderen via Tours.

"Warrior - het paard dat de Duitsers niet konden doden"

In augustus 1914 stapte een jonge bruine volbloed van de boot in Le Havre, samen met zijn berijder, generaal Jack Seely. Warrior was pas zes jaar oud en kwam van de rustige heuvels van het Isle of Wight. Niemand vermoedde dat hij de volgende vier jaar door de ergste verwoesting van Europa zou galopperen en die zou overleven.

Hij stond erbij bij Ieper, waar hij samen met de Canadese cavalerie de loopgraven in moest. Hij wachtte op de eerste dag van de Somme, terwijl duizenden om hem heen sneuvelden. Bij Passendale zakte hij weg in de modder en moest hij worden uitgegraven. Telkens weer kwam hij eruit, ongedeerd.

Zijn grootste beproeving kwam op 30 maart 1918, bij Moreuil Wood. Het front dreigde door te breken en Seely gaf het bevel tot een cavalerieaanval - paarden tegen mitrailleurs. Warrior ging voorop, terwijl kogels om hem heen floten. De Duitsers, overtuigd dat ze een massale aanval zagen, sloegen op de vlucht. De aanval hield hen precies op tijd tegen.

Warrior overleefde ook dit. In december 1918 keerde hij terug naar huis. Vier jaar later, op exact dezelfde dag als de aanval bij Moreuil Wood, won hij nog een lokale paardenrace. Hij stierf pas in 1941, drieëndertig jaar oud. Zijn overlijdensbericht droeg de naam die hij zich had verdiend:
"The Horse the Germans Could Not Kill."

Zijn verhaal, opgetekend door Seely zelf, zou decennia later mee aan de basis liggen van War Horse - het boek en de film die een gezicht gaven aan de miljoenen naamloze paarden die nooit terugkeerden. 
Wil je nog meer van deze unieke verhalen horen en ontdekken? 
Neem dan vlug een kijkje bij Tours.